Chemelot: de schoorsteen moet roken

Op zondag 4oktober vertoonde Argos (VPRO/Human) een korte documentaire over Chemelot. Wetenschappers en onderzoeksjournalisten waren kritisch en stelde terecht stevige vragen. Buurtbewoners uit Lindenheuvel die aan het woord kwamen gaven blijk van vertrouwen in Chemelot en maakte zich geen zorgen over de mogelijke gezondheidseffecten. De loyaliteit van inwoners in de regio richting Chemelot zal zijn wortels hebben in het mijnbedrijf waaruit Chemelot is voortgekomen en de grote economische betekenis van de chemische industrie voor de regio. En in de tijden van de Staatsmijn Maurits met zijn cokes fabrieken was de overlast in wijken als Lindenheuvel en Krawinkel veel merkbaarder. Op het gebied van uitstoot van stoffen en de geluidsoverlast is er de afgelopen decennia gelukkig al veel verbeterd. Toch is het nodig aandacht te vragen voor mogelijke gezondheidseffecten voor inwoners uit deze regio!
Er wordt te weinig gemeten
In de genoemde documentaire over Chemelot kwam één zaak scherp naar voren. Op het Chemelot terrein zijn er vergunning afgegeven waarbij een 15 tal zzs stoffen (zeer zorgwekkende stoffen) in de lucht komen.
Er is rond Chemelot slechts één meetstation waarbij een drietal van de 15 zeer zorgwekkende stoffen worden gemeten. Van de andere twaalf weten we niets en al helemaal niets van de mogelijke effecten van een cocktail van al die toxische stoffen op de gezondheid van bewoners en werkers op en rond het Chemelot complex. Dat was voor het RIVM aanleiding om vanwege mogelijk verhoogde gezondheidsrisico’s een pleidooi te houden voor vervolgonderzoek.
De provincie Limburg blijkt na het verschijnen van dat RIVM rapport vooral sussend op te treden. Onderzoeksjournalisten van dagblad de Limburger toonde aan dat met name de gedeputeerde van economische zaken (VVD’er Stephan Satijn) kritische signalen vanuit het ministerie en onderzoeksinstituut RIVM deels weg moffelde en mooier maakte om onrust onder de bevolking te voorkomen.
Opvallend was ook dat de verantwoordelijke provinciebestuurders en de Chemelot directie niet op camera wenste te verschijnen om hun licht op de zaak toe te lichten. Duikgedrag van politici die wel volop in de schijnwerpers willen staan als er een feestelijke opening is te vieren of een sport- of cultureel festijn waar ze kunnen schitteren.
Wat moet er nu verder gaan gebeuren?
Hoogleraar Onno van Schayck legde er in de documentaire nadruk op dat er veel te weinig gemeten wordt rond Chemelot. Slechts één meet station dat nog maar drie van de vijftien zeer zorgwekkende stoffen in kaart brengt. Dat moet echt anders: meten is weten!
Eind september liet de provincie weten dat er in samenspraak met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gewerkt wordt aan een pilotproject met extra luchtmetingen rond Chemelot.
De lokale raadsfractie van PRO in Sittard-Geleen heeft er bij het gemeentebestuur op aangedrongen om actief invloed uit te gaan oefenen op dat pilotproject met meer luchtmetingen. Ze dringen er op aan dat naast het enige meetstation op Vouersveld er zeker ook gemeten moet gaan worden nabij de dicht bevolkte wijken Lindenheuvel en Geleen-centrum. En dat er gestreefd moet worden om zoveel mogelijk stoffen uit de reeks “zeer zorgwekkende stoffen” te gaan meten.
Voorts lijkt me van belang dat er ook in Stein en de aan Chemelot grenzende wijk Neerbeek meetpunten moeten komen. De vraag is of dat binnen die pilot past maar gemeentebesturen van Sittard-Geleen, Beek en Stein zouden er goed aan doen hierop stevig bij de provincie op aan te dringen.
Een tweede zaak die de provincie dient op te pakken is de aanbeveling uit het RIVM rapport voor een vervolgonderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten van de mix aan stoffen die rond Chemelot verspreid worden. Dat aanbevolen gezondheidsonderzoek dient er echt te komen en ook daarvoor zouden de genoemde gemeentebesturen zich sterk moeten maken richting rijk en provincie.
Opkomen voor leefbaarheid en gezondheid van de inwoners lijkt me een primaire taak van lokale overheden. Ik roep ze op om hier actief op te acteren!
Jan Muijtjens


Opmerkingen